donderdag, januari 04, 2007

sprookjes maal oneindig

Wil je zo dicht bij me
dat ik jou
je lichaam voel ademen
dat mijn buik verlangend
je niet meer mist
om dat je bent, meer dan
ooit te voren
langer dan eens geleden
toen het
sprankelend
begon

Wil je lachend
dromend
fonkelend en co
moordend
als mijn meisje
zijnde
sprookjes maal oneindig
maar dan dat het bestaat
en dat het dan
maar even
eeuwig verdergaat
met
schitters
en sterren
en
en

Woorden, zinnen
ratelend
om jou te beminnen
met meer van dat
sprankelends, bronzends
zou
dan aarzelend en stokkend
voor je
even zingen
voor mijn klein lieve meisje
fonkelend en co
voor sprookjes maal oneindig
maar dan dat het bestaat

dan breken mijn gedachten
over mij
mijn plaats in jouw verhaal
maar dromend
zwevend stervend
van
geluk, genot, genoten
van jou
zonet
heel even
en ik weet dat het bestaat 

zaterdag, november 18, 2006

Uitbarsting in het Wit

Zomers zijn er met hete dagen die gevolgd worden door een zwaar 
onweer, uitbarsting uitlopend in aangename koele dagen.
Nu het winter is, de koude me (eindelijk) overvalt, verlang ik naar een onweer, explosie om koude dagen te transformeren in een aangename warme gloed. Zoals alleen winters dat kunnen.

maandag, november 13, 2006

Zwevend. Zwervend.

Ik fiets. De wind wuift door mijn haren. Vandaag leek de moeite niet om mijn haar te gellen. voor één keer eens volledig 'clean' zijn. Helemaal puur, om zo al die gevoelens - die al lang opgekropt zitten en er aan dreigden te komen - zo goed mogelijk te kunnen ervaren. Wanneer ik mijn ogen sluit, word ik de zachte kille streling van de wind gewaar. Mijn blonde haren laten zich helemaal mee bewegen. Ik schakel naar een lagere vitesse om zo de beweging van het zachte glijden over de weg nog beter tot uiting te doen komen. Ik lijk te zweven. Te glijden. Terwijl ik al deze handelingen in de praktijk omzet, razen er verschillende gedachten door mijn hoofd. Vooral één bepaalde. Ik weet dat het begonnen is met wat er vannacht in mijn dromen gepasseerd is. Sindsdien kan ik je lippen niet meer uit mijn gedachten verdrijven. Sindsdien lijk ik dat moment steeds weer opnieuw te beleven. Opnieuw en opnieuw. Wanneer ik mijn ogen sloot, om het briesje te voelen, lijkt het alsof ik je lippen op de mijne voel. Ik verkeer in een diepe omhelzing met mezelf – wensend dat jij het was.
Ik word er warm van vanbinnen. Mijn hoofd, mijn gezicht, mijn lichaam, ik. Ik verkeer in trance. Wanneer ik weer tot de wereld keer en mijn ogen open, voelen ze vochtig aan. Vreugde voor die mooie gekke dromen, verdriet omdat het dromen zijn.
Natuurlijk ben ik niet nù aan het fietsen. Dat was nu zo’n 5 uurtjes geleden. Nu heeft mijn hele zijn, mijn hoofd gevolgd. Ik zit gevangen tussen een gevoel van opwinding, spanning en opgewektheid, en dat enge gevoel van onzekerheid. Er zijn maar weinige dingen die echt doordringen tot het diepste. Ik geloof dat… Ja, dat moet het zijn. Nu wil ik huilen… Je bellen. En ’t zou weer over zijn. Verwarring.

Parabel van Genot

Ik heb mezelf net naar de voorraadkast verplaatst, en mezelf een lekker stuk - halfzacht, maar romige - chocolade gegund. Ik vond, op de een of andere manier, dat ik dat wel verdiende na zo'n lange dag. Een mààndag. Ik vond, dat na zo'n dag vol gekke gedachten en vermoeiende fantasieën ik wel recht had op 'n kalmering in de vorm van een bruine massa. Ik vond, dat wanneer je helemaal alleen de late uurtjes doorbrengt met 'n gitaar in je hand waar je niet op mag spelen - oren van mamma's zijn té gevoelig - je wel recht hebt op die verwarmende chemische brol die die - nu al smeltende - bruine massa bevat. Genoeg redenen dus, om een plakje uit de kast te plunderen, en de chocolade zijn waarde toe te kennen, door 't in kleine stukjes op te snoepen (verwijzing naar Sjakie en de Chocolade Fabriek - ben btw niet bij gekomen van 't lachen met Johnny Depp in Charlie and the Chocolat Factory, die het boek écht geen onrecht aan doet) en te laten smelten op je tong. Kleine stukjes, die afgebrokkeld zijn van de reep, worden zorgvuldig opgedept met mijn ringvinger - alsof het scherven zijn, iets enorm dierbaars, kostbaars dat je kreeg toen je tien jaar werd, twéé handjes vol - om geen kostbare, smaakvolle onderdeeltjes te verliezen. Mijn ringvinger verdwijnt in mijn mond en de chocoladesmaak ebt langzaam weg. Het heerlijke moment is voorbij. Maar het moeten missen? Neen, dat voor geen geld.

donderdag, oktober 05, 2006

de Witte Hoogte

We zitten dan samen in die vreselijk coole omgeving. Kale hoge witte muren. Kille beelden met lege blikken. Het voelt zo onveilig. En dan die walgelijke smaak van rijkdom. Valse vrede, gestolen goud, vergeten verleden..
We. Allemaal mensen wiens gezicht ik nooit eerder heb waargenomen. Verkilde, vooruit starende blikken. Sprakeloze, sprekende ogen. Onzinnige praat over dagdagelijkse belevenissen. Maar wanneer dan een saai orgelmelodietje één wordt met de stilte, gaat iedereen ongemakkelijk verzitten. Men kijkt op. Een kuch hier, geschraapte keel daar. Een gsm geeft het laatste teken van leven, om dan in een enge sfeer weg te ebben. Het mag beginnen.
Wanneer 'grote zus' in tranen en met gaten in haar stem haar broer vaarwel wenst... komen er gevoelens op. Tranen in m'n ogen voor een jongen die ik nooit gekend heb. Ik heb een verschrikkelijk eng gevoel. Mijn voet trilt mee op de lege stemmen van het gebed. "God, wij danken U". "God, dat U ons troost mag schenken". Het doet pijn om die woorden zo onbezonnen aan te horen. Een gemompel van mensen die hun woorden niet kunnen vinden. Ik persoonlijk... zwijg dan liever.
Als het lied begint en langzaam de holte van de kerk zachtjes galmend opvult, sijpelen zelfs de gedachten uit me weg. Ik merk dat mijn moeder - mijn moeke - naast me voorzichtig een traan wegpinkt. Wat is het om moeder te zijn? Je kind te verliezen? Wat zijn die gedachten?
Ik voel me klein naast haar. Ik wil wel troosten, maar vind geen passend gebaar. Durf niet te kijken, maar neem waar in de hoeken van mijn ogen. Vochtige ogen ondertussen - hetzij door de sfeer, hetzij door haar. Een huilende moeder is het engste wat er is.
Na een uur lang teksten aan te horen om B te begeleiden op zijn weg naar "wathiernakomt"krijg ik uiteindelijk ook een beeld van de jongen. De jongen die ik zonet heb leren kennen, is er al niet meer. Je bent vertrokken, daardoor ken ik je?!